Moed, Beleid en Trouw

Reserve-Tweede Luitenant George Maduro
Bron: Luitenant-kolonel b.d. Ed Westerhuis, Museum voor Militaire Historie

George John Lionel Maduro wordt op 15 juli 1916 geboren in Willemstad op Curaçao als enige zoon in het Sefardisch-Joodse gezin van Joshua Maduro en Rebecca Levy. Als hij tien jaar oud is, verhuist hij naar Nederland. Hij woont dan op de Frederik Hendriklaan in Den Haag en gaat naar het Nederlands Lyceum en gaat na zijn eindexamen in Leiden rechten studeren. Op 5 oktober 1936 wordt hij als dienstplichtige ingedeeld bij het 1e Regiment Huzaren. Na het volgen van de opleiding aan de School Reserve Officieren Cavalerie (oktober 1936 t/m juni 1937) wordt hij bij de reorganisaties van de krijgsmacht eind jaren dertig als kornet geplaatst bij het 4e Regiment Huzaren. Bij Koninklijk Besluit nummer 30 van 21 november 1939 wordt hij benoemd tot reserve-tweede luitenant bij het Wapen der Cavalerie. Tijdens de meidagen van 1940 is hij gelegerd in Den Haag, waar hij zich onderscheidt bij de Slag om de Residentie. Dit jaar herdenken wij zijn 100ste geboortedag.

10 mei 1940 - Aanvalsdoel Den Haag

In de nacht van 9 op 10 mei 1940 wordt Nederland gewekt door een overvliegende luchtvloot, gevolgd door bombardementen op militaire installaties. Om 03.55 uur, twintig minuten voor zonsopgang, overschrijden Duitse troepen de Nederlandse grens. Nederland is in oorlog met Nazi-Duitsland. Onderdeel van de Duitse aanvalsplannen op ons land is een gewaagde luchtlandingsoperatie rond Den Haag. De ruim 7000 man tellende 22e Luftlande Division van Generalleutnant Hans Graf von Sponeck heeft de opdracht de vliegvelden Valkenburg, Ypenburg en Ockenburg te vermeesteren en vervolgens de residentie binnen te trekken om daar de Nederlandse regering, de legerleiding en het koningshuis gevangen te nemen om zodoende het zenuwcentrum van de Nederlandse verdediging uit te schakelen. Kort na vier uur die ochtend wordt ook het Depot Cavalerie in de Nieuwe Alexanderkazerne in Den Haag gebombardeerd. 63 Huzaren en 3 korporaals worden in hun slaap gedood of overlijden aan hun verwondingen. Meer dan 150 man raken gewond. Ook ruim 100 paarden komen om of moeten later door paardenartsen worden afgemaakt.

Gevechten rond vliegveld Ypenburg

Ondanks het verrassingseffect van een aanval uit de lucht en de aanvankelijke successen loopt de aanval op vliegveld Ypenburg voor de Duitsers uit op een debacle. Het veld wordt verdedigd door het 3e bataljon van het Regiment Grenadiers (III-R.Gr.), ongeveer 650 man, aangevuld met een half eskadron (zes) lichte pantserwagens van het type Landsverk. Negen zware en elf lichte mitrailleurs staan opgesteld langs de noordwestelijke en zuidwestelijke rand van het landingsterrein. Twee batterijen luchtafweergeschut voor hoogvliegende toestellen staan op enige afstand van het veld opgesteld bij Park Leeuwenbergh in Rijswijk en bij kasteel Duivenvoorde in Voorschoten. Eén compagnie infanterie bewaakt het vliegveld, de twee andere vormen een scherm tussen Delft en Rijswijk langs de Vliet.

Fallschirmjäger van de 22e Luftlande Division en Junkers-Ju 52 transporttoestellen.

Rond 04.00 uur meldt de luchtwachtpost Delft naderende Duitse vliegtuigen. Kort hierna slaan de eerste bommen in. Er vinden luchtgevechten plaats met de nog in tact zijnde Nederlandse D-21 en Douglas toestellen, die op tijd weten op te stijgen. Na het bombardement op het veld staan een hangar en enige kleine gebouwen in brand. Twee van de zes Landsverk pantserwagens zijn buiten gevecht gesteld.

Om 04.45 uur springt de eerste aanvalsgolf van ongeveer 500 Fallschirmjäger af boven het veld. Zij komen verspreid neer en op diverse plaatsen breken hevige gevechten uit. De Nederlandse weerstand is heftiger dan verwacht, maar de verdedigers zijn uiteindelijk niet bestand tegen de Duitse overmacht van zwaar bewapende parachutisten en vallen terug op een zwakke linie aan de Vliet.

Het lukt de Duitsers echter niet om het vliegveld tijdig in handen te krijgen. Als rond half zes de eerste acht transporttoestellen van het type Junkers-Ju 52 met luchtlandingstroepen landen, ontvangen zij een vernietigend vuur van de overgebleven mitrailleurs en pantserwagens. De toestellen worden tot schroot gereduceerd en vele Duitsers sneuvelen nog voor zij een voet op Nederlands grondgebied hebben gezet. Het tweede echelon Junkers-Ju 52 ondergaat hetzelfde lot. De derde golf vliegtuigen moet uitwijken naar de omringende weilanden en de autoweg Den Haag - Rotterdam. De meeste vliegtuigen maken een noodlanding, waarbij de toestellen onherstelbaar worden beschadigd. De Nederlandse luchtafweer richt een slachting aan onder de langzaam vliegende Duitse transporttoestellen. Om 07.15 uur is vliegveld Ypenburg in Duitse handen met uitzondering van de noordoosthoek. Er ontstaat een zwakke frontlijn langs de Vliet, waar in de loop van de ochtend bij de Hoornbrug Nederlandse versterkingen arriveren.

villa ‘Dorrepaal’ in Park Leeuwenbergh te Rijswijk foto: Roel Wijnants Fotografie

De gevechtsactie bij villa ‘Dorrepaal’

Ter hoogte van de Oude Tolbrug bij Rijswijk hebben Duitse parachutisten zich op de zuidelijke oever van de Vliet verschanst in villa ‘Dorrepaal’, een rusthuis voor herstellenden. De noordelijke oever is in handen van een sectie infanterie-rekruten en personeel van een verdreven luchtdoelbatterij uit park Leeuwenbergh. Vanuit de villa ‘Heeswijk’ leveren zij onafgebroken vuurgevechten met de Duitsers aan de overkant en weten zij de Duitsers te beletten hun opmars voort te zetten. Tot meer zijn zij op dat moment echter niet in staat.

Om ongeveer 10.00 uur arriveert de luitenant Maduro met vijftien huzaren van het Depot Cavalerie die het bombardement hebben overleefd, bij villa ‘Heeswijk’. Hij begint onmiddellijk met het verbeteren van de verdediging. Hij geeft opdracht om met de door hem meegevoerde mitrailleur steeds vanuit wisselende opstellingen te vuren, om zodoende de indruk te wekken dat er meerdere wapens staan opgesteld. Rond half één ontvangt Maduro het telefonisch verzoek om een poging te wagen de Duitsers uit villa ‘Dorrepaal’ te verdrijven. Hij krijgt hiervoor een stuk pantserafweergeschut ter beschikking. In afwachting van de komst van dit wapensysteem maakt Maduro zijn aanvalsplan. Hij verdeelt zijn beschikbare manschappen over drie groepen. Met de eerste groep wil hij na het vuur van het pantserafweergeschut de Oude Tolbrug oversteken en de villa ‘Dorrepaal’ via de flank binnendringen. De tweede groep onder bevel van een sergeant, moet onmiddellijk de eerste groep volgen en proberen de villa langs de voorzijde aan te vallen. De derde groep wordt als vuurbasis achtergelaten om met de mitrailleur vuur uit te brengen op het aanvalsdoel. Een kornet van de luchtdoelartillerie krijgt de opdracht het bevel over te nemen in het geval dat Maduro sneuvelt.

Nadat het stuk pantserafweergeschut is aangekomen, wordt dit wapen zodanig opgesteld dat de Duitsers er geen zicht op hebben. De stukscommandant krijgt de opdracht vijf schoten te lossen. Niet meer en niet minder. Na het laatste schot begint onmiddellijk de stormaanval en hollen de aanvallers over de Oude Tolbrug. De kornet loopt achteraan om de mannen tot grote snelheid te manen. Gedurende de aanval wordt er voortdurend gevuurd vanuit villa ‘Dorrepaal’. Luitenant Maduro dringt als eerste het huis binnen, direct gevolgd door een korporaal. In de hal ontmoeten ze de sergeant en zijn mannen die eveneens het huis zijn binnengedrongen. Het huis wordt kamer voor kamer doorzocht. Aangekomen bij de kelderdeur, komen er vier oude dames te voorschijn die vertellen dat er nog Duitsers in de kelder aanwezig zijn. Maduro roept ‘Hände hoch! Nicht schiessen’. Het antwoord: ‘Wir schiessen’. Daarop opent de korporaal het vuur in de kelderruimte. Er worden kreten van pijn gehoord en onmiddellijk daarna: ‘Bitte nicht mehr schiessen’. Zeven parachutisten komen achtereenvolgens met de handen boven het hoofd de kelder uit en worden direct ontwapend. In de tuin worden nog vier Duitsers krijgsgevangen gemaakt. De krijgsgevangenen worden na het gevecht door Maduro afgevoerd naar de Laan Copes van Cattenburg.

Verstrekkende gevolgen

De actie van luitenant Maduro en de val van villa ‘Dorrepaal’ hebben verstrekkende gevolgen. De toegang naar Park Leeuwenbergh ligt nu open en Nederlandse militairen beginnen met het uitkammen van het boscomplex. Ruim zeventig para’s worden krijgsgevangen gemaakt en een forse buit aan wapens valt in Nederlandse handen. Ook bij huis ‘Zeerust’ aan de Vliet, ongeveer driehonderd meter zuid van villa ‘Dorrepaal’, gaan de Nederlanders in de tegenaanval. De Duitse stellingen tussen Rijswijk en Voorburg storten langzaam in. Bij de Hoornbrug keren nu ook de kansen. De gevechten gaan de hele dag door en aan het einde van de eerste oorlogsdag is vliegveld Ypenburg weer volledig in Nederlandse handen. Hoewel de gevechten rond Den Haag nog tot de capitulatie zouden voortduren, is de sterkte van de 22e Luftlande Division op 10 mei al bijna tot op de helft gereduceerd door gesneuvelden, gewonden en krijgsgevangenen. Op en rond de drie vliegvelden en in de omringende polders liggen zo’n tweehonderd beschadigde of vernietigde transporttoestellen.

Verzet en Verraad

Na de capitulatie van de Nederlandse strijdkrachten wordt reserve-tweede luitenant Maduro op 13 juni met groot verlof gestuurd. Hij gaat terug naar Leiden, waar hij betrokken raakt bij het verzet. Hij wordt twee keer opgepakt en vastgehouden in het Oranjehotel in Scheveningen. Tussen de arrestaties door loopt hij ondanks zijn Joodse identiteit vrij over straat. George Maduro weigert de gele Jodenster te dragen. In het voorjaar van 1943 besluit hij om samen met zijn vriend Oncko Wittewaal van Stoetwegen, ook een cavalerieofficier, een poging te ondernemen om Engeland te bereiken. Hun ontsnappingslijn is echter geïnfiltreerd en zij worden verraden. Aan de Frans-Belgische grens bij Charlesville-Mesière worden zij door de Gestapo gearresteerd. In de groep die de grens probeert over te steken teneinde uiteindelijk onbezet gebied te kunnen bereiken, bevindt zich ook een negental geallieerde vliegers. De Engelsen en de Amerikanen worden na hun aanhouding naar Duitse krijgsgevangenenkampen afgevoerd, terwijl George Maduro en Oncko Wittewaal van Stoetwegen worden opgesloten in een gevangenis in Saarbrücken. Hier valt hij op door zijn ongebroken houding en spreekt hij de andere gevangenen moed in. Hij discussieert zelfs met de cipiers om hen te overtuigen dat het nationaalsocialisme van Hitler een verkeerde politieke overtuiging is. Als er een bom valt op de gevangenis en hij de kans krijgt om te ontsnappen, blijft hij achter om mensen te helpen redden die bedolven zijn onder het puin. Een tweede gelegenheid om te ontsnappen laat hij onbenut omdat hij weigert Oncko Wittewaal van Stoetwegen achter te laten. In november 1944, een half jaar voor het einde van de Tweede Wereldoorlog, wordt George Maduro overgebracht naar concentratiekamp Dachau. Vlak voor de bevrijding overlijdt hij daar op 8 februari 1945 op 28-jarige leeftijd aan vlektyfus.

Ridder Militaire Willems-Orde

Bij Koninklijk Besluit van 9 mei 1946 nummer 6 wordt reserve-tweede luitenant George Maduro postuum de Militaire Willems-Orde 4e klasse toegekend voor het ‘als commandant van een peloton jonge soldaten met veel beleid en op eigen initiatief de vermeestering te ontwerpen en voor te bereiden van de achter de Vliet bij Rijswijk door de vijand bezette villa ‘Dorrepaal’. Met zeer veel moed en aan het hoofd van twee groepen de onder vijandelijk mitrailleurvuur liggende brug over de Vliet overschreden, de aanval op het versterkte steunpunt persoonlijk geleid en bij de stormaanval als eerste binnengedrongen, het verzet aldaar gebroken en de bezetting krijgsgevangenen gemaakt’. Deze gevechtsactie vormt een keerpunt in de strijd rond vliegveld Ypenburg op 10 mei 1940. George Maduro is de enige Nederlander van Antilliaanse afkomst die deze onderscheiding heeft ontvangen. Naast de Militaire Willems-Orde ontvangt George Maduro eveneens het Verzetsherdenkingskruis.

Willems-Orde

Madurodam

De ouders van George Maduro zoeken na de Tweede Wereldoorlog een manier om hun enige zoon blijvend te herdenken. Zij zijn bevriend met mevrouw Bep Boon-van der Starp, die lid is van de Raad van Bijstand van de Stichting Nederlandse Studenten Sanatorium in Laren. Dit sanatorium is opgericht in 1947 om studenten met tuberculose te laten kuren en tegelijkertijd hun studie te kunnen laten volgen. Dit kost veel geld en er wordt gezocht naar een manier om financiële steun te verkrijgen. Gezamenlijk komen zij op het idee van een miniatuurstad. Met deze miniatuurstad wil mevrouw Boon-van der Starp geld inzamelen voor haar stichting. Als voorbeeld ziet men het in 1929 gestichte ‘Bekonscot Model Village’ in het Engelse Beaconsfield. De Britse eigenaar heeft dusdanig veel inkomsten met zijn miniatuurstadje, dat hij jaarlijks een groot deel van de opbrengsten aan Londense ziekenhuizen kan afstaan. De ouders van George Maduro besluiten de oprichting financieel te ondersteunen en de nieuwe miniatuurstad krijgt de naam Madurodam. Op 2 juli 1952 wordt Madurodam door Prinses Beatrix geopend, die op dezelfde dag als eerste burgemeester wordt geïnstalleerd. De Nederlandse miniatuurstad op een schaal van 1 op 25 is een aantal malen uitgebreid en telt momenteel rond de 700 maquettes uit alle delen van ons land. Een ziekenhuis en een begraafplaats ontbreken. Ieder jaar komen er nieuwe maquettes bij en soms verdwijnen er oude. Van november 2011 tot april 2012 is het park vijf maanden gesloten geweest voor een grondige renovatie. Tot op de dag van vandaag gaan de opbrengsten van Madurodam via de Stichting Madurodam Steunfonds naar goede doelen.

Herdenkingsjaar 2016

Op 21 april stond de Dachaulezing, uitgesproken door Joris Backer in Madurodam, in het teken van George Maduro. De jaarlijkse lezing is een initiatief van het Nederlandse Dachau Comité en staat altijd in het teken van oud-gevangenen uit het concentratiekamp Dachau. De plaats, waar tot de bevrijding op 29 april 1945 meer dan 200.000 mensen gevangen hebben gezeten. Zo’n 40.000 van hen, waaronder ruim 500 Nederlanders, overleefden die gevangenschap niet. George Maduro was een van de slachtoffers.

Auteur Kathleen Brandt-Carey schrijft een biografie over George Maduro. Het boek met de titel ‘Ridder zonder vrees of blaam’ wordt gepresenteerd op 15 juli, de dag waarop wij zijn 100e geboortedag herdenken. De biografie geeft een goed beeld van het korte maar intensieve leven van Maduro. Met veel gevoel voor sfeer en detail beschrijft de auteur het exotische bestaan op Curaçao, de vriendenkring in Den Haag en Leiden, zijn grote liefde, bezet Nederland en het verzet.

In opdracht van Madurodam maakt kunstenaar Jikke van Loon het nieuwe monument voor George Maduro. Madurodam schenkt dit monument aan de gemeente Den Haag. De onthulling vindt plaats op 15 juli op het George Maduroplein. Het monument bestaat uit twee beelden. Het ene portretteert de 10-jarige George Maduro, nonchalant tegen een boom geleund. Hij staat recht tegenover het beeld van de volwassen George Maduro.

Noot van de redactie

Bij het schrijven van dit artikel is gebruik gemaakt van de informatie van de website van Madurodam en het boek ‘De Nederlandse Cavalerie in de Meidagen van 1940’ van luitenant-kolonel b.d. E.H. Brongers (ISBN 90-76428-01-8). Dit boek is verkrijgbaar in de winkel van de Historische Collectie Cavalerie op de Bernhardkazerne te Amersfoort.