De Wijk

Duttendel is het nieuwere deel van de wijk Duttendel en Wittebrug (bij de gemeente bekend als Westbroekpark en Duttendel) en ligt binnen het stadsdeel Scheveningen (Den Haag). Deze buurt telt ongeveer 1000 inwoners.

Duttendel werd pas na de Tweede Wereldoorlog aangelegd. De nieuw verschenen (deel)wijk was in die jaren te Den Haag en Scheveningen een der eerste locaties waar uitsluitend luxe woningbouw werd gerealiseerd. Zelfs de flatgebouwen die de wijk begrensden (zie onder tab Geschiedenis, Mijer-Flats) konden destijds worden gerekend tot de duurdere woningbouw. Dit gold in hoge mate ook voor het daar geprojecteerde bejaardentehuis 'Oldeslo'.

De naam Duttendel voert op zijn minst terug tot het begin van de 18de eeuw. Op de Kaart van Delfland van 1712 van de hand van de twee gebroeders en landmeters Nicolaes en Jacob Kruikius - ook wel genoemd Cruquius - treft men de Duttendel al aan. Hij wordt op de kaart omringd door een Waterdel, een Kattendel, een Doorndel, een Violendel en nog een Waterdel. Het begrip 'del' staat voor een duinvallei. De toevoegingen spreken meestal voor zich, bij de toenmalige Duttendel is de oorsprong ervan echter onduidelijk. Duttendel is een relatief groene locatie.


Wittebrug is het oudere deel van de wijk Duttendel en Wittebrug

In de dagen van koning Willem II begon Den Haag hard te groeien. In 1828 werd besloten een kanaal van het centrum naar Scheveningen te graven. Het kanaal is aangelegd, maar nooit tot de Noordzee doorgetrokken. Het einde van het kanaal is onder meer goed te zien op het Panorama Mesdag.

Over het kanaal zijn twee bruggen aangelegd, een naar het Malieveld en het Haagse Bos, en een bij het huidige Madurodam, waar aan de overkant het gehucht Wittebrug lag en waar de weg naar Scheveningen begint. De brug bij Madurodam werd de Koninginnebrug genoemd, maar kreeg al gauw de naam Witte Brug. Het was van 1832 tot 1873 een witgeschilderde houten pijlerbrug met hoge, witte balustrades. Aan alle vier hoeken brandde 's nachts een olielamp, toen de enige verlichting tussen Den Haag en Scheveningen.

In 1873 werd de houten brug vervangen door een deels stalen boogbrug, alleen de rijbaan bleef van hout. In 1905 werd een bredere brug noodzakelijk geacht, vanwege het drukke verkeer. Deze derde brug was deels van steen. Hij werd in 1943 afgebroken door de Duitsers. Na de oorlog is meteen in 1945 een tijdelijke, vierde brug geplaatst, die tot 1950 dienstdeed. In 1950 is de huidige, vijfde brug gebouwd, met daarnaast in 1968 een aparte brug voor het tramverkeer.

Oorsprong

Het gehucht Wittebrug lag in de 19e eeuw te midden van een duinlandschap. Het was zo klein dat het geen eigen naam had, maar na de aanleg van de brug werd het Wittebrug genoemd. 's Winters werden de bewoners bezocht door ezels, die 's zomers op het strand gewerkt hebben, maar 's winters voor zichzelf moeten zorgen. Als er door de sneeuw geen gras meer te vinden was kwamen de dieren bij de huisjes bedelen.

Sinds 1835 was Brouwerij Het Anker van A.H. van Dijk gevestigd aan de huidige Badhuisweg, die vanaf daar naar het Kurhaus loopt. Oorspronkelijk was dat Wassenaars grondgebied, maar later werd de grens verlegd en stond de brouwerij in Den Haag. Behalve de brouwerij en de molen stonden er een paar huisjes. In één van die huisjes was het winkeltje van Katje Vos. Bij de brug stond een molen, genaamd 'De Vier Winden'.

Voor veel meer historische achtergronden kijk onder Geschiedenis/Wittebrugpark